© 2019 Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen  |  Created by StudioTW

Maatschappelijke impact van de gaswinning in Groningen: De stand van zaken

Aantasting van de leefbaarheid? Stress, angst, woede, frustratie, onzekerheid en wantrouwen? Teveel instanties en een bestuurlijke spaghetti? Het Kennisplatform verzamelt onderzoek naar de impact van de gaswinning in Groningen en maakt de balans op. Wat is de stand van de kennis? Hier een overzicht aan de hand van 6 thema’s.
1. Bestuur, beleid en communicatie

Wat weten we?

Er is veel wantrouwen in de NAM, rijksoverheid en instanties die zich met de afhandeling van schade en versterking bezighouden. Dit komt door langdurige procedures, ingewikkelde regelingen en doordat er zoveel instanties bij betrokken zijn: de "bestuurlijke spaghetti". Dit is zowel voor bewoners als voor instanties lastig.  Communicatie speelt een belangrijke rol, daar is men het over eens, maar bewoners vinden de communicatie niet goed. Hoe er met veiligheid wordt omgegaan is voor burgers niet goed te begrijpen. Ook vinden bewoners dat er door instanties te veel over hun gesproken wordt, maar niet met hen en communicatie met kinderen en jongeren schiet tekort.

Wat weten we nog niet?

Er liggen op dit terrein grote uitdagingen, maar eigenlijk is alleen het perspectief van de burger goed onderzocht. Er is weinig onderzoek naar beleid, regelingen en hun effectiviteit. Ook is er weinig onderzoek naar de afstemming tussen de vele instanties. Tenslotte is de rol van de media onvoldoende onderzocht.

2. Gevoelens, veiligheid en vertrouwen

Wat weten we?

De aardbevingen zorgen voor veel negativiteit. Mensen met schade voelen zich er onveilig door, ze kunnen angstig worden en voelen zich soms machteloos. Op financieel gebied kan er onzekerheid ontstaan. Er zijn meerdere oorzaken voor de negatieve gevoelens. Schadeafhandeling kan erg stroperig zijn en kost veel energie. Er is veel onduidelijkheid en onzekerheid, bijvoorbeeld rondom versterking. En ook de kwaliteit van communicatie met instanties leidt soms tot frustratie.

Het vertrouwen dat mensen hebben in de rijksoverheid en in instanties is laag. Mensen voelen zich niet serieus genomen en niet gehoord.

Door de problemen neemt de onderlinge saamhorigheid in het bevingsgebied iets toe. Ook hebben inwoners de hoop dat de bevingen tot meer werkgelegenheid zou kunnen leiden.

Wat weten we nog niet?

Er is al veel onderzoek naar de beleving van bewoners. De internationale literatuur over rampen en hoe mensen daarmee omgaan schrijft veel over resilience (veerkracht). In de casus van Groningen is hierover nog weinig bekend. Verder onderzoek is nodig naar hoe Groningers zich voorbereiden op een nieuwe beving en de afloop en gevolgen daarvan.

3. Woningmarkt en economische ontwikkelingen

Wat weten we?

De economische gevolgen van de gaswinning problematiek zijn gemengd. De woningmarkt in het aardbevingsgebied is verstoord. Het is lastiger om woningen te verkopen, de woningwaarde is gedaald. Gemeenten en burgers maken extra kosten die niet altijd vergoed worden. Zo zijn inwoners meer geld kwijt aan ongeplande investeringen en krijgen huurders te maken met aanpassingen aan hun woningen door de aardbevingen waardoor de huren stijgen.

Daar staat tegenover dat er in verschillende sectoren meer werkgelegenheid is, een deel van de bewoners krijgt het daar beter door. Bewoners hopen dat er fors wordt geïnvesteerd in de economische ontwikkeling van de regio. In het Nationaal Programma Groningen is hier geld voor gereserveerd.

Wat weten we nog niet? 

Er is nog te weinig onderzoek naar de invloed van de gaswinning problematiek op de arbeidsmarkt en bedrijvigheid in de regio. De invloed van de bodembeweging op de economie van huishoudens en van de regio is nog onbekend. Ook over de verdeling van de lasten en de lusten is niets te zeggen.

4. Leefomgeving en leefbaarheid

Wat weten we? 

De meeste mensen wonen met plezier en naar tevredenheid in Groningen. Maar deze leefbaarheid in het aardbevingsgebied is iets lager dan in andere delen van Groningen. Bewoners ondervinden veel hinder van de gaswinning, maar men wil graag in de omgeving blijven wonen. Bewoners zouden dan ook graag willen dat wordt geïnvesteerd in het gebied en willen dit het liefste besteden aan alternatieve energie, verduurzaming panden, instant houden van voorzieningen, het bevorderen van werkgelegenheid en het aardbevingsbestendig maken van gebouwen. 

Wat weten we nog niet? 

Er is nog weinig bekend over hoe de regio ontwikkeld kan worden en een positieve impuls kan krijgen. Groningen biedt unieke kansen voor duurzame energie en innovatie.

5. Cultuur, identiteit en imago

Wat weten we? 

Groningers zijn trots op hun leefomgeving: ze wonen graag en goed in de provincie. Men vindt het dan ook jammer dat de gaswinning het imago van de provincie negatief beïnvloedt. Er zijn veel zorgen over schade aan het culturele erfgoed. In de beleving van mensen heeft de gaswinning daardoor een negatieve invloed op de culturele identiteit van het gebied en de mensen. Maar ondertussen zijn er weinig feiten over hoe de gaswinning het imago van de streek beïnvloedt.

Wat weten we nog niet? 

Er is nog weinig bekend over de invloed van de gaswinning problematiek op het imago van Groningen en de identiteit van het gebied en haar bewoners. Het zou goed zijn om de verbondenheid met Groningen in samenhang met krimp te onderzoeken omdat beide voorkomen in sommige gebieden.

6. Gezondheid en welzijn

Wat weten we? 

Schade en bevingen hebben een negatieve invloed op de volksgezondheid. Hoe meer schade mensen hebben aan hun woning, hoe groter de kans dat ze daardoor gezondheidsklachten krijgen zoals stress, somberheid of angstigheid. Ook het meemaken van een beving zorgt ook voor een toename van stress. Daarnaast kunnen mensen last krijgen van burn-out klachten, omdat schadeafhandeling en versterking een grote druk op bewoners kan leggen.

Wat weten we nog niet? 

Er is al  veel bekend over de korte termijn impact van gaswinning op de gezondheid van volwassenen. De impact hiervan op lange termijn is nog niet bekend. Het is ook nog onbekend hoeveel van de kinderen en jongeren negatieve gevolgen ondervinden.