Onderzoeksvragen
Parlementaire enqu
ête aardgaswinning Groningen

De parlementaire enquête beslaat een zéér groot tijdsbestek. Geen enkele parlementaire enquête in de afgelopen dertig jaar besloeg zo’n grote tijdsspanne. De tijdelijke commissie heeft het brede tijdsbestek opgedeelt in drie perioden: “na Slochteren” (1959-1986), “na Assen” (1986-2012) en “na Huizinge” (2012-heden). Ze formuleerde onderzoeksvragen die betrekking hebben op de gehele periode en voor elke periode subvragen. 

 

Hieronder vindt u de onderzoeksvragen opgesteld door de tijdelijk commissie. De vragen zijn woordelijk overgenomen uit het onderzoeksvoorstel

 

Hoofdvragen voor de gehele onderzoeksperiode

 

  1. Wat is er in grote lijnen gebeurd in de periode 1959-2021 met betrekking tot de aardgaswinning in Groningen en de bijbehorende risico’s? Wat zijn mijlpalen en bepalende momenten in de geschiedenis van de Groningse aardgaswinning en waarom? Welke kennis was op welk moment bij wie beschikbaar?

  2. Hoe functioneert het Gasgebouw? (De constructie tussen NAM, Shell en het rijk over de verdeling van baten en lasten in de gaswinning). Welke partijen zijn betrokken binnen het Gasgebouw en welke belangen en afwegingen spelen een rol? Welke besluiten zijn genomen? Welke afspraken zijn gemaakt en hoe zijn deze in de tijd veranderd?

  3. Welke besluiten nam het kabinet over de aardgaswinning in Groningen? Hoe kwamen die besluiten tot stand, hoe is de Tweede Kamer geïnformeerd en op welke momenten had de Tweede Kamer invloed op de besluitvorming?

  4. 4. Wat waren de rollen in de besluitvorming van kabinet, Tweede Kamer, private partijen, decentrale overheden en lokale actoren? Wat waren de gevolgen van hun handelen voor de Groningers? Op welke manier zijn de Groningers betrokken bij de besluitvorming, welke rol hadden zij en hoe is rekening gehouden met hun belangen?

  5. Welke lessen kunnen uit de analyse van de Groningse aardgaswinning worden getrokken?

      (Tijdelijke commissie aardgaswinning Groningen, 2021)

Periode 1: na Slochteren, voortvarende gaswinning

  • Hoe is het Gasgebouw ingericht en welke afspraken zijn daarbij tussen overheid en private partijen gemaakt over de aardgaswinning?

  • Hoe werd in deze periode besloten over hoeveel gas er werd opgepompt en tegen welke prijs het aan wie werd verkocht? Wat waren redenen om hierover gemaakte afspraken ter discussie te stellen of aan te passen?

  • In hoeverre waren bij de betrokken private partijen, het Ministerie van Economische Zaken, de toezichthouder en lokale actoren de mogelijke risico’s van aardgaswinning in beeld en hoe werd daarmee omgegaan?

 

Periode 2: na Assen, bodemdaling en aardbevingen

  • Wanneer was bij welke partij bekend dat de aardgaswinning mogelijk leidde tot bodemdaling, respectievelijk tot aardbevingen? Wat was de reactie van die partijen daarop?

  • Welke onderzoeken naar bodemdaling en aardbevingen in Groningen zijn in deze periode uitgevoerd en wat is met de resultaten gedaan? Welke partijen waren daarbij betrokken? Wie bepaalde welk onderzoek werd uitgevoerd en hoe werd dat gefinancierd?

  • Welke afspraken zijn in deze periode gemaakt tussen overheid, Energie Beheer Nederland (EBN), Maatschap Groningen en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM)/oliemaatschappijen over de afhandeling van schadegevallen? Wat was de invloed van de private partijen op deze afspraken?

  • In hoeverre is bij de invoering van de Mijnbouwwet in 2003 bezien of aanpassing van het Gasgebouw en van de concessie van het Groningenveld nodig of wenselijk was?

  • Wat verklaart dat verschillende betrokken partijen, zoals de NAM, relatief lang geen direct verband hebben gelegd tussen de aardgaswinning en het ontstaan van aardbevingen? Wat heeft tot een omslag in denken en handelen op dit punt geleid? Wat was hierbij de rol van de betrokken overheden en toezichthouders?

  • In hoeverre is in deze periode gesproken over financiële compensatie voor Groningen en waartoe heeft dat geleid?

 

Periode 3a: na Huizinge, afbouw gaswinning

  • Hoe zijn en worden de baten en lasten van de aardgaswinning verdeeld?

  • Wat is de reden van het opschroeven van de aardgaswinning in 2013, kort na de aardbeving in Huizinge, hoe is dat proces verlopen en wie was daarin leidend? Hoe is omgegaan met adviezen die afbouw van de aardgaswinning bepleitten?

  • Wat was de betekenis van de veertien onderzoeken die in 2013 naar aanleiding van het toegenomen aantal aardbevingen in opdracht van de Minister van Economische Zaken zijn uitgevoerd?

  • Hoe is het proces van de afbouw van de aardgaswinning verlopen? Welke argumenten zijn hiervoor gebruikt? Welke afwegingen zijn gemaakt ten aanzien van het tempo waarmee wordt afgebouwd en het gekozen eindniveau? Welke rol hebben gerechtelijke uitspraken, het belang van leveringszekerheid en mogelijke financiële gevolgen hierbij gespeeld? Wat was de invloed van private partijen op de besluitvorming?

  • Welke afspraken zijn hierover tussen kabinet en de betrokken partijen in het Gasgebouw gemaakt?

 

Periode 3b: na Huizinge, schadeherstel en versterking

  • Hoe heeft de afhandeling van schadegevallen onder verantwoordelijkheid van de NAM-vorm gekregen? Welke werkinstructies kregen schade-experts en bouwbegeleiders mee? Wat was hierbij de rol van de betrokken overheden en toezichthouders? Is de manier van denken en handelen van de betrokken partijen veranderd in de loop van de tijd?

  • Waarom zijn de schadeafhandeling en versterkingsoperatie gefragmenteerd tot stand gekomen, zowel in tijd als in opzet? Wat is de reden dat een conceptwetsvoorstel ter versterking van de positie van de Nationaal Coördinator Groningen niet is ingediend?

  • Hoe heeft de omslag van schadeafhandeling in een privaatrechtelijk kader naar een publiekrechtelijk kader vorm gekregen? Hoe werkt dit in de praktijk? Welke werkinstructies kregen schade-experts en bouwbegeleiders mee? Welke afspraken zijn hierover gemaakt met de private partijen? Wat was de invloed van private partijen op de inrichting van de processen van schadeafhandeling en versterking?

  • Hoe zijn bij de aardgaswinning betrokken publieke en private partijen omgegaan met het vraagstuk rond de aansprakelijkheid voor de gevolgen van de aardgaswinning? Welke consequenties had dat voor gedupeerden? Wat was hierbij de rol van verzekeraars?

  • Hoe zijn de bestuursakkoorden tussen de rijksoverheid en de decentrale overheden uitgevoerd en op welke wijze werden de Groningers daarin betrokken?

  • In hoeverre borgt het beleid en de uitvoering daarvan dat geleden schade daadwerkelijk wordt verholpen en/of vergoed? Hoe werd in de concrete beleidsinitiatieven omgegaan met de mate van inspraak of beslisruimte voor de gedupeerde bewoner en in welke mate werd dit in de praktijk waargemaakt? In hoeverre borgt het beleid een uniforme behandeling van schadegevallen en versterking in verschillende dossiers?

  • In hoeverre hebben de aanbevelingen uit de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2015 en 2017 opvolging gekregen?